Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012

Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4812.

Dat om de hiervoor genoemde redenen wenselijk kan zijn invordering bij dwangbevel toe te laten, óók tegen de met de vereniging van eigenaren hoofdelijk verbonden appartementseigenaren, doet mijns inziens niet af aan het ontbreken van een toereikende wettelijke grondslag voor een dergelijke (dwangbevel)bevoegdheid onder de Awb, zoals die tot 1 juli 2009 gold. Onder vigeur van de huidige Awb kan over een en ander mogelijk anders worden geoordeeld. De bepaling die thans in de bevoegdheid tot invordering bij dwangbevel voorziet (art. 5:10 Awb), relateert die bevoegdheid niet aan invordering van de overtreder, maar aan het karakter van de geldsom als geldsom tot betaling waarvan een bestuurlijke sanctie verplicht (art. 5:10 lid 1 Awb: "Voor zover een bestuurlijke sanctie verplicht tot betaling van een geldsom (...)" en art. 5:10 lid 2 Awb: "Het bestuursorgaan kan de geldsom invorderen bij dwangbevel."). Ik acht verdedigbaar dat een geldsom dat karakter niet verliest, al naar gelang zij van de overtreder, dan wel van een met de overtreder hoofdelijk verbonden derde wordt ingevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7, en de alinea staat in dat document op bytes 58090 tot 59199.