Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4812.

1.12 Nadat de rechtbank bij tussenvonnis van 7 februari 2007 een comparitie van partijen had gelast, welke comparitie op 22 mei 2007 heeft plaatsgehad, heeft de rechtbank bij vonnis van 12 september 2007 het verzet gegrond verklaard en het dwangbevel van 26 juni 2006 buiten werking gesteld voor zover daarbij een hoger bedrag is ingevorderd dan € 32.213,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 31.357,65 vanaf 18 februari 2005. De rechtbank heeft hiertoe geoordeeld dat aan het dwangbevel een deugdelijke grondslag ontbreekt voor zover dit betrekking heeft op de kosten van de renovatiewerkzaamheden aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw waarvan het appartement van [eiser] deel uitmaakt, derhalve tot een bedrag van € 29.927,- (rov. 4.8). Nu volgens de rechtbank slechts de aanneemsom die op het appartement van [eiser] ziet (bij het litigieuze dwangbevel) kan worden ingevorderd, kunnen de door de Gemeente gemaakte kosten en de gevorderde invorderingskosten slechts naar rato op [eiser] worden verhaald (rov. 4.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7, en de alinea staat in dat document op bytes 12988 tot 14061.