Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4812.

2.3 Het tweede onderdeel klaagt (onder 9) dat, als het hof in rov. 7 niet van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, het onvoldoende heeft gemotiveerd op welke grondslagen het tot het oordeel is gekomen dat het dwangbevel ter zake van de aannemingskosten en overige kosten met betrekking tot de gemeenschappelijke delen aan iedere eigenaar, in dit geval aan [eiser], kan worden uitgevaardigd. Het onderdeel herinnert (onder 10) eraan dat de aanschrijving was gericht tot de VvE en dat deze niet aan de aanschrijving heeft voldaan, en dat volgens de rechtbank het dwangbevel aan de VvE als overtreder en niet aan [eiser] had moeten worden uitgebracht. Naar het onderdeel (onder 11 en 12) betoogt, doet hetgeen het hof heeft overwogen niet aan het oordeel van de rechtbank af en tast ook de overweging dat art. 5:113 lid 5 BW niet wordt opzijgezet door de regel dat ingevolge de Awb de kosten bij de VvE als overtreder invorderbaar zijn, de door de rechtbank gevolgde gedachtegang niet aan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7, en de alinea staat in dat document op bytes 19155 tot 20161.