Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4812.
2.9 Voor het antwoord op de vraag wie als overtreder heeft te gelden, is allereerst van belang tot wie het overtreden voorschrift is gericht(15). In dat verband ligt het voor de hand uit te gaan van art. 21 lid 1 (oud) Woningwet, dat degene tot wie een aanschrijving is gericht (of zijn rechtsopvolger) ertoe verplicht aan die aanschrijving te voldoen. In casu was de aanschrijving gericht tot de VvE, zij het dat zij "p/a [betrokkene 1] [eiser]" werd verzonden. Ook uit de inhoud van de brief van 17 maart 2000 laat zich opmaken dat de aanschrijving niet tot de appartementseigenaren, maar tot de VvE was gericht ("In verband hiermee schrijven wij de Vereniging van Eigenaren op grond van artikel 14 lid 1 van de Woningwet aan de voorzieningen zoals opgenomen in bijlage II en III van deze brief te treffen."). Dat was overigens in lijn met de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), die in 1986(16) (destijds nog als de Afdeling rechtspraak van de Raad van State) oordeelde:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7, en de alinea staat in dat document op bytes 40895 tot 41937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7 | shasum -a 256