Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4812.
Als de relevante overtreding hierin is gelegen dat de VvE is tekortgeschoten in haar uit art. 21 lid 1 (oud) Woningwet voortvloeiende verplichting aan de aanschrijving te voldoen, kan slechts de VvE als overtreder worden aangemerkt. Art. 21 lid 1 (oud) Woningwet richt zich immers tot "(d)egene, tot wie een aanschrijving is gericht, of zijn rechtsopvolger", terwijl slechts degene tot wie een voorschrift zich richt, dit voorschrift kan overtreden(18). Ook art. 26 lid 4 (oud) Woningwet wijst erop dat in voorkomend geval slechts de geadresseerde van de aanschrijving (en diens rechtsopvolger) als overtreder dient (dienen) te worden aangemerkt. Het overtrederschap van de geadresseerde van de aanschrijving kennelijk vooronderstellend, houdt de bepaling immers in dat voor de toepassing van de art. 5:25 en 5:26 (oud) Awb onder "overtreder" mede wordt begrepen "de rechtsopvolger van degene, tot wie een aanschrijving is gericht."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7, en de alinea staat in dat document op bytes 43244 tot 44189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96064dab65bde3b8b1cc6361bd638d83d859f26c15fb82d96201492f52fd88f7 | shasum -a 256