Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4989.

20. Tot slot van deze algemene inleiding sta ik nog - kort - stil bij de reikwijdte van art. 1:88 lid 1 BW, dat volgens vaste jurisprudentie strekt tot bescherming van de andere echtgenoot en daarmee van het gezin waarvan deze deel uitmaakt. Zie Asser/De Boer 1* 2010, nr. 238, die aantekent dat het in art. 1:88 lid 1 BW gaat om rechtshandelingen waaraan naar het oordeel van de wetgever in het algemeen financiële risico's verbonden zijn en dat niet van belang is of dat in het concrete geval ook werkelijk zo is, doch dat omgekeerd rechtshandelingen denkbaar zijn, zoals geldlening, die niet genoemd zijn maar waaraan in het concrete geval grote risico's kleven. In de woorden van uw Raad (HR 19 november 1993, LJN AE8201, NJ 1994, 259, m.nt. WMK en HR 29 november 2002, LJN AE8201, NJ 2003, 152, m.nt WMK): "Weliswaar kunnen ook andere rechtshandelingen dan de daarin genoemde een bedreiging vormen voor de financiële positie van de andere echtgenoot, hetgeen onder omstandigheden ook het geval kan zijn met betrekking tot een overeenkomst van geldlening, maar het zou niet stroken met de vereiste zekerheid van het rechtsverkeer, indien de eis van toestemming van de andere echtgenoot ook zou gelden in een alsdan moeilijk af te grenzen groep van andere gevallen dan die waarvoor de wet dit bepaalt." Daar komt bij, zoals ook uw Raad overwoog, dat bij gelegenheid van de invoering van de Boeken 3, 5 en 6 van het huidige BW de vraag onder ogen is gezien of niet ook de overeenkomst van geldlening zou moeten worden onderworpen aan de eis dat de andere echtgenoot daarin toestemt, doch dat toen ervan is afgezien art. 1:88 BW in die zin te wijzigen (Parl. Gesch. Aanpassing BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 27/28). De wetgever heeft in art. 1:88 BW naar een evenwicht gezocht tussen enerzijds de wens tot bescherming van de niet-handelende echtgenoot tegen haar/zijn partner en anderzijds de zekerheid die de wederpartij van de handelende echtgenoot behoeft, in samenhang met de belangen van een vlot en ongestoord verlopend rechtsverkeer, aldus HR 13 juni 2003, LJN AF6211, NJ 2003, 519.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a249c4e324fc34e0ede6f7609d29520fe1790642ce10cb645a5f73f2a6ee9922. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a249c4e324fc34e0ede6f7609d29520fe1790642ce10cb645a5f73f2a6ee9922, en de alinea staat in dat document op bytes 68857 tot 70955.