Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4989.

13. Naast het systeem van de Wge fungeren ook zogenoemde effectenbewaarbedrijven en beleggersgiro's (de beleggersgiro figureert in de onderhavige zaak). Dit zijn afzonderlijke rechtspersonen (veelal, zoals ook in het onderhavige geval, een stichting) die zodanig zijn ingericht dat zij een beperkt risico van insolventie lopen. De effecten behoren toe aan het bewaarbedrijf, respectievelijk de beleggersgiro en de belegger heeft een vordering op naam jegens het bewaarbedrijf of de beleggersgiro met betrekking tot de hoeveelheid effecten die op zijn naam is bijgeschreven op zijn effectenrekening. Omdat faillissement of surseance van betaling van het effectenbewaarbedrijf of de beleggersgiro in feite is uitgesloten, is de nakoming van de verplichtingen van het effectenbewaarbedrijf en de beleggersgiro praktisch zeker. De vordering van de belegger kan worden verpand aan een kredietverlener. In dit geval gaat het om een verpanding van een vordering waarop de regeling van art. 3:239 BW en art. 3:236 lid 2 BW juncto art. 3:94 BW van toepassing is. Zie voor het voorgaande Asser/Van Mierlo en Van Velten 3-VI* 2010, nr. 198 met verdere literatuurverwijzingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a249c4e324fc34e0ede6f7609d29520fe1790642ce10cb645a5f73f2a6ee9922. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a249c4e324fc34e0ede6f7609d29520fe1790642ce10cb645a5f73f2a6ee9922, en de alinea staat in dat document op bytes 42165 tot 43343.