Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW4989.

In zijn annotatie merkt Hijma op dat kern van het begrip aflevering naar zijn oordeel is dat de verkoper het goed in feitelijke zin geeft aan de koper. Bij roerende zaken komt dat, aldus Hijma, gewoonlijk neer op verschaffing van de feitelijke macht. In algemene zin echter staat 'feitelijk geven' niet aan 'macht geven' gelijk; bij aandelen bijvoorbeeld biedt een uitwerking in termen van 'genot geven' een beter - want meer helder - perspectief. Deze benadering haalt het accent weg bij de term 'macht', en faciliteert aldus het inzicht dat het feit dat de koper nog niet alle rechten kan uitoefenen het aannemen van aflevering niet blokkeert. Aldus Hijma, die hieraan toevoegt dat hij van oordeel is dat hoewel de Hoge Raad de toetssteen der genotsverkrijging casuïstisch presenteert, deze invulling van het afleveringsbegrip ook met betrekking tot (andersoortige koop van) andersoortige vermogensrechten goede diensten kan bewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a249c4e324fc34e0ede6f7609d29520fe1790642ce10cb645a5f73f2a6ee9922. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a249c4e324fc34e0ede6f7609d29520fe1790642ce10cb645a5f73f2a6ee9922, en de alinea staat in dat document op bytes 60375 tot 61325.