Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2012

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5000.

13. Anders dan bijvoorbeeld in HR 30 maart 2010, LJN BK4794, NJ 2010, 376 wordt in de onderhavige zaak aan de beantwoording van de vraag of verdachtes gedraging een ontuchtige handeling in zin van art. 246 Sr is, niet enige op het begrip ontuchtige handeling toegesneden maatstaf ten grondslag gelegd. Dat springt te meer in het oog omdat in het hiervoor genoemde HR 10 november 2009, LJN BJ7259, NJ 2010, 599, m.nt. Y. Buruma heimelijk fotograferen door een arts van een deels ontklede vrouw wel een verdenking van - met een ontuchtige handeling als bedoeld in art. 246 Sr gelijk te stellen(3) - ontucht in de zin van art. 249 Sr kon opleveren en er dus alle reden was de in het besproken arrest aan de orde zijnde vraag af te zetten tegen die uitspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a26b4ccb369beef146faee07601526a11cca82baeaab718cb311befafbf008e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a26b4ccb369beef146faee07601526a11cca82baeaab718cb311befafbf008e, en de alinea staat in dat document op bytes 24047 tot 24815.