Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2012

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5000.

14. Wanneer ten slotte wordt bedacht dat het oordeel of van een ontuchtige handeling sprake is mede een waardering vergt van feitelijke aard(4) en de Hoge Raad niettemin met stelligheid tot het oordeel lijkt te komen dat heimelijk filmen van een naakt persoon in een ruimte waarin hij zich onbespied waant, in de omstandigheden van het geval geen ontuchtige handeling oplevert, lijkt mij dat het zwaartepunt van het besproken arrest(5) ligt in de overweging dat het Hof niets heeft vastgesteld omtrent enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie(6) tussen de verdachte en de aangeefster en - zo versta ik bedoelde overweging - juist daarom niet van het plegen of dulden van ontuchtige handelingen kan worden gesproken.(7) Dit betekent dat in genoemd arrest niet het stellige oordeel besloten ligt dat heimelijk filmen van een naakte persoon in een ruimte waarin hij zich onbespied waant geen ontuchtige handeling in zin van art. 246 Sr oplevert, maar dat dat met name zo is bij gebreke van enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie tussen de verdachte en de aangeefster.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a26b4ccb369beef146faee07601526a11cca82baeaab718cb311befafbf008e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a26b4ccb369beef146faee07601526a11cca82baeaab718cb311befafbf008e, en de alinea staat in dat document op bytes 24835 tot 25963.