Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5132.
4.10. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat voor deelneming in de zin van evengenoemd artikel voldoende is dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Verdachte behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.(9) Voor artikel 140a Sr geldt hetzelfde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b1d4e2f2b3ffd4f495beaab8915a52a573e680b3d0c9c8aae0ffe35bdbe8433. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b1d4e2f2b3ffd4f495beaab8915a52a573e680b3d0c9c8aae0ffe35bdbe8433, en de alinea staat in dat document op bytes 38211 tot 38648.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b1d4e2f2b3ffd4f495beaab8915a52a573e680b3d0c9c8aae0ffe35bdbe8433 | shasum -a 256