Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5132.

4.14. Uit bewijsmiddel 24 heeft het hof kunnen afleiden dat de huiskamerbijeenkomsten ten huize van [medeverdachte 7] in ieder geval begonnen na 1 mei 2003. Zie ook bewijsmiddel 14, 20, 22, 35. Uit bewijsmiddel 23 blijkt dat de dreigbrieven aan Aboutaleb en Hirsi Ali in augustus 2004 zijn geschreven. Het hof heeft deze twee data als begin der onderscheiden organisaties aangenomen. Tijdens het bestaan van deze organisaties heeft verdachte, zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, aan de bijeenkomsten deelgenomen. De klacht dat het hof niets heeft vastgesteld over het tijdstip waarop de deelnemingshandelingen zouden zijn verricht ziet er dus aan voorbij dat het hof de periode gedurende welke verdachte zou hebben deelgenomen aan de onderscheiden organisaties, welke periode loopt vanaf het begin van de huiskamerbijeenkomsten tot aan de arrestatie van verdachte, uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b1d4e2f2b3ffd4f495beaab8915a52a573e680b3d0c9c8aae0ffe35bdbe8433. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b1d4e2f2b3ffd4f495beaab8915a52a573e680b3d0c9c8aae0ffe35bdbe8433, en de alinea staat in dat document op bytes 42625 tot 43564.