Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5136.

De uitoefening van deze bevoegdheid (tot het opnemen en afluisteren van communicatie) is indien de AIVD daartoe wil overgaan, slechts mogelijk met toestemming van de betrokken Minister. Uit de memorie van toelichting op de WIV komt naar voren dat het verzoek van het hoofd van de AIVD aan de Minister om die bevoegdheid te mogen uitoefenen aan bepaalde eisen moet voldoen. Een daarvan is dat in het verzoek een redengeving dient te worden gegeven voor de gewenste uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid door de dienst. Daarbij dient niet alleen duidelijk te worden gemaakt waarom de desbetreffende persoon of organisatie gelet op de taakstelling van de dienst wordt onderzocht, maar ook waarom juist de inzet van het in het verzoek aangegeven middel wordt verlangd en niet met een minder ingrijpend middel kan worden volstaan. Aan de hand van die gegevens moet de Minister in staat zijn een verantwoorde beslissing te nemen omtrent een eventuele toestemming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d, en de alinea staat in dat document op bytes 61668 tot 62647.