Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5136.

Het hof is van oordeel dat toetsing door de strafrechter van de rechtmatigheid van de verkrijging van de door de AIVD aan justitie verstrekte informatie, met name gelet op het eigen stelsel van controlemogelijkheden in de WIV 2002, beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin sterke aanwijzingen bestaan dat het gaat om informatie die is verkregen met een disproportionele inbreuk op, en dus schending van, de fundamentele rechten van de verdachte. In aanmerking nemend hetgeen hiervóór is overwogen, is het hof van oordeel dat in de onderhavige zaak dergelijk sterke aanwijzingen niet aanwezig zijn. Het hof ziet geen enkele aanleiding te twijfelen aan de woorden van de hiervóór genoemde getuigen, en gaat ervan uit dat de desbetreffende gesprekken conform de regeling van de WIV 2002 zijn opgenomen en afgeluisterd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d, en de alinea staat in dat document op bytes 65501 tot 66342.