Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 189 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5136.

6.8. Het voorwaardelijk verzoek om, ingeval de OVC-gesprekken tot het bewijs zouden worden gebezigd, (een afschrift van) de last van de Minister met toestemming om gesprekken in de woning van verdachte af te luisteren aan het dossier toe te voegen heeft het hof afgewezen met gebruikmaking van het juiste criterium. De motivering die het hof daaraan ten grondslag heeft gelegd is niet onbegrijpelijk. Het hof heeft zijn oordeel gebaseerd op de inhoud van de verklaringen van getuigen. Nu het de verdediging er alleen om te doen was dat zou kunnen worden vastgesteld dat er inderdaad een last van de Minister was en deze getuigen dat, de een overigens stelliger dan de ander, hebben bevestigd is de redengeving van het hof toereikend. Ten overvloede wijs ik erop dat het ontbreken van zo een last nog geen vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv zou opleveren, tenzij zou kunnen blijken dat zich een uitzonderlijk geval, zoals door de Hoge Raad onder 4.7.2 in de hiervoor (6.3.) aangehaalde overwegingen is geschetst, zou voordoen. De verdediging heeft zich op zulke uitzonderlijke omstandigheden niet beroepen en het hof heeft overwogen dat hem niet is kunnen blijken dat het openbaar ministerie geprobeerd heeft strafvorderlijke bepalingen over het opnemen en afluisteren van gesprekken te omzeilen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d, en de alinea staat in dat document op bytes 82819 tot 84134.