Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5136.
4.16. Het hof heeft de inhoud van de chatgesprekken en van de OVC-gesprekken die verdachte met [verdachte 5] voerde wel voor het bewijs gebruikt omdat het hof van oordeel was dat deze gesprekken voldoende serieus waren. Aldus heeft het hof zich in voldoende mate gekweten van zijn door het tweede lid van artikel 359 Sv opgelegde taak ingeval van afwijking van een onderbouwd standpunt. Het hof heeft klaarblijkelijk gemeend dat uit de chatgesprekken en de OVC-gesprekken voldoende duidelijk werd dat verdachte een bijdrage heeft willen leveren aan het realiseren van het verspreiden van de boodschap van de organisatie. Die waardering is van feitelijke aard en is niet onbegrijpelijk. Ik merk daarbij op dat artikel 359 lid 2 Sv niet verlangt dat op ieder detail van zo een standpunt wordt ingegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d, en de alinea staat in dat document op bytes 37754 tot 38567.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d | shasum -a 256