Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5136.

4.17. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor het naar buiten treden van de deelnemers aan de organisatie. Ik benadruk in de eerste plaats dat deelnemingshandelingen in de zin van artikel 140 Sr niet op zichzelf strafbare handelingen hoeven te zijn, als er maar sprake is van handelingen die voldoen aan de eisen die de rechtspraak stelt. Als het oogmerk van de organisatie gericht is op het in het openbaar opruien, het bedreigen, het aanzetten tot haat, staat daarmee niet vast dat handelingen die zich in huiskamers of in anderszins besloten settings afspelen niet kunnen worden aangemerkt als deelneming aan zo'n organisatie. Zulke handelingen kunnen immers bedoeld zijn als een voorstadium van een externe effectuering en onderdeel uitmaken van een gepland traject. Mijns inziens gaat de steller van het middel hieraan te gemakkelijk voorbij. Ik wijs erop dat uit de gebezigde bewijsmiddelen is af te leiden dat veel van de haatragende en opruiende geschriften op het Internet beschikbaar zijn gesteld. Zie bewijsmiddel 3, 20, 22, 23, 24, 26, 30, 51, 52, 54, 56, 57, 58, etc.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d, en de alinea staat in dat document op bytes 38587 tot 39678.