Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5136.

4.18. Uit bewijsmiddel 24 heeft het hof kunnen afleiden dat de huiskamerbijeenkomsten ten huize van [medeverdachte 7] in ieder geval begonnen na 1 mei 2003. Zie ook bewijsmiddel 14, 20, 22, 35. Uit bewijsmiddel 23 blijkt dat de dreigbrieven aan Aboutaleb en Hirsi Ali in augustus 2004 zijn geschreven. Het hof heeft deze twee data als begin der onderscheiden organisaties aangenomen. Tijdens het bestaan van deze organisaties heeft verdachte, zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, daaraan deelgenomen. De klacht dat het hof niets heeft vastgesteld over het tijdstip waarop de deelnemingshandelingen zouden zijn verricht ziet er dus aan voorbij dat het hof de periode gedurende welke verdachte heeft deelgenomen aan de onderscheiden organisaties, welke periode loopt vanaf het begin van de huiskamerbijeenkomsten tot aan de arrestatie van verdachte, uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa37db11c04d87960f65056bebfa9658b0c9c70fbfaa6ef0d94dfedf7c9edd0d, en de alinea staat in dat document op bytes 39717 tot 40638.