Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5166.

Uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof de verklaring van de verdachte aannemelijk dat hij boos was op [slachtoffer 1] en dat hij daarom de kapotte flessenhals gericht tegen hem heeft gegooid, waarbij hij diens schouder heeft geraakt. In die omstandigheid is er méér dan een vermoeden dat de verdachte de intentie had om [slachtoffer 1] daarmee ook te raken. Het slaan met een kapotte fles tegen het bovenlichaam (schouders en halsstreek), gelet op de aard van dit voorwerp (scherp), reeds naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het mogelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat het hof ervan uitgaat dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg bewust heeft aanvaard. Daarbij in aanmerking genomen de verklaring van de verdachte waarin hij zegt dat hij wist dat met de kapotte fles het gezicht van [slachtoffer 1] had kunnen verwonden, maar daar niet aan heeft gedacht op het moment van gooien. Dat door verdachtes handelen [slachtoffer 1] enkel een oppervlakkige snijwond heeft opgelopen maakt dit niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf5ba550bb4eee19f0f165f6508b78749d0ad52cbe801446bc583c1dffc95c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf5ba550bb4eee19f0f165f6508b78749d0ad52cbe801446bc583c1dffc95c7, en de alinea staat in dat document op bytes 13919 tot 15022.