Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6501.

1.3. In het arrest van 3 april 2009, nr. 42468, LJN BC2820, BNB 2009/268 m.nt. Koopman(2) overwoog de Hoge Raad dat mogelijke gebreken in de uitvoering van de voorgeschreven wijze van bemonstering ertoe kunnen leiden dat de uitkomsten van de bemonstering niet zonder meer aan de mineralenheffingen ten grondslag kunnen worden gelegd. Naar het oordeel van de Hoge Raad kan een aanslag niet ongewijzigd in stand blijven indien aannemelijk is dat sprake is van een ontoelaatbaar grote systematische of toevallige afwijking die in het nadeel van de heffingsplichtige kan hebben gewerkt. In het verwijzingsarrest geeft de Hoge Raad richtlijnen voor het bedoelde bewijs indien empirisch niet kan worden vastgesteld of is bemonsterd op een wijze die een ontoelaatbaar grote afwijking tussen de samenstelling van het monster en van de bemonsterde vracht tot gevolg moest hebben. Hof Arnhem (en in de Bossche zaken Hof 's-Hertogenbosch) had deze aannemelijkheid naar het oordeel van de Hoge Raad ten onrechte niet onderzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cfe55cabd14f057b21d9ae0b147447bb8f5d5a5faf05d95cc514af7482d4c55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cfe55cabd14f057b21d9ae0b147447bb8f5d5a5faf05d95cc514af7482d4c55, en de alinea staat in dat document op bytes 6466 tot 7495.