Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012

Alinea 210 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6501.

5.1.1. Uit het in punt 2.7 van deze conclusie geciteerde punt 3.3.8 uit het verwijzingsarrest leid ik af dat het geding is verwezen voor een onderzoek naar de aannemelijkheid van de mogelijkheid dat in het onderhavige geval de nauwkeurigheid van de bemonsteringen niet heeft voldaan aan de in de Regeling hoeveelheidsbepaling daaromtrent gestelde eisen. Ten behoeve van dat (feitelijke) onderzoek naar die aannemelijkheid in situaties waarin niet (meer) empirisch kan worden vastgesteld of - ik parafraseer - het monster en de vracht een voldoende overeenkomstige samenstelling hadden(17), heeft de Hoge Raad in punt 3.3.6 van het verwijzingsarrest het Hof 'meegegeven' dat de uitkomsten van voor en na de invoering van MINAS verrichte onderzoeken naar de nauwkeurigheid van bemonsteringen tot bewijs kunnen dienen van de - door de heffingplichtige te bewijzen - stelling dat de uitkomsten van de bemonstering in zijn concrete geval een grotere onnauwkeurigheid heeft dan door de wetgever beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cfe55cabd14f057b21d9ae0b147447bb8f5d5a5faf05d95cc514af7482d4c55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cfe55cabd14f057b21d9ae0b147447bb8f5d5a5faf05d95cc514af7482d4c55, en de alinea staat in dat document op bytes 55863 tot 56872.