Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012

Alinea 252 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6501.

5.3.11. Belanghebbende heeft, zo stelt belanghebbende, aangeboden nader toe te lichten dat hetgeen de Inspecteur heeft gesteld in punten 6.5.7 en 6.5.8 van zijn schriftelijke reactie op de conclusie na verwijzing van belanghebbende van (zie punt 5.3.4 en 5.3.9 van deze conclusie) strijdig is met het rapport van het IMAG-I onderzoek, indien het Hof het onder 6.5.7 en 6.5.8 van die schriftelijke reactie gestelde relevant zou achten. Aangezien het Hof belanghebbende niet in de gelegenheid heeft gesteld bewijs te leveren betitelt belanghebbende 's Hofs oordeel als 'ongeoorloofde verrassingsbeslissing'. Ik deel die opvatting niet. Belanghebbende heeft geen gemotiveerd bewijsaanbod gedaan dat door het Hof ten onrechte gepasseerd zou zijn. Mijns inziens kan belanghebbendes in punt 5.3.9 vermelde betwisting niet als een zodanig bewijsaanbod worden beschouwd. De stelling van belanghebbende dat het als vaststaand na verwijzing had te gelden dat belanghebbende zeugenmest met een laag droge stof gehalte van ca 3% had afgevoerd, vindt onvoldoende basis in de gedingstukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cfe55cabd14f057b21d9ae0b147447bb8f5d5a5faf05d95cc514af7482d4c55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cfe55cabd14f057b21d9ae0b147447bb8f5d5a5faf05d95cc514af7482d4c55, en de alinea staat in dat document op bytes 73981 tot 75070.