Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6662.

Subsidiair, voor het geval de Hoge Raad zich zeer coulant en tegemoetkomend zou willen tonen, geldt het volgende. Volgens de steller van het middel heeft de rechtbank de zaak op 15 mei 2007 behandeld. Deze stelling mist feitelijke grondslag.(3) De behandeling van de zaak, waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, is in eerste aanleg aangevangen op de zitting van 19 maart 2009. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 2 april 2009. In hoger beroep is de zaak behandeld ter zitting van 19 mei 2010. Het bestreden arrest dateert van 2 juni 2010. In geen van beide feitelijke instanties heeft het proces dus meer tijd in beslag genomen dan de maximale termijn van 16 maanden die geldt voor jeugdzaken. Voor zover in de appelfase sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn, doordat de stukken van het geding meer dan zes maanden na het instellen van het hoger beroep ter griffie van het hof zijn binnengekomen, is die overschrijding gecompenseerd door de afdoening van de zaak in hoger beroep binnen 14 maanden. Het voorgaande brengt mee dat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is voldaan aan de eis van afdoening binnen een redelijke termijn, zoals die in vaste rechtspraak van de Hoge Raad is bepaald.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe970cb4ec2eff34c9768dc743a0d898594bb04980cc2117dc07bde8bb403b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe970cb4ec2eff34c9768dc743a0d898594bb04980cc2117dc07bde8bb403b4, en de alinea staat in dat document op bytes 5844 tot 7097.