Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6662.

4. Ambtshalve wijs ik op het volgende. Blijkens de stukken van het geding heeft [A] zich in eerste aanleg als benadeelde partij in het strafgeding gevoegd. De rechtbank heeft de vordering van [A] toegewezen tot een bedrag van € 50,- (vijftig euro). Op de voet van art. 421 lid 2 Sv duurt de voeging die in eerste aanleg heeft plaatsgehad van rechtswege voor in hoger beroep, voor zover de gevorderde schadevergoeding is toegewezen. Ingevolge de artt. 335 en 361 lid 4 jo art. 415 Sv was het hof gehouden op de vordering van de benadeelde partij een met redenen omklede beslissing te nemen. Het bestreden arrest ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom in zoverre niet in stand blijven.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe970cb4ec2eff34c9768dc743a0d898594bb04980cc2117dc07bde8bb403b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe970cb4ec2eff34c9768dc743a0d898594bb04980cc2117dc07bde8bb403b4, en de alinea staat in dat document op bytes 8531 tot 9242.