Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6674.
4.7. In de eerste plaats kan worden opgemerkt dat het bedoelde beslissingsschema niet uitputtend is. Zo oordeelde de Hoge Raad in HR 15 januari 2008, LJN BB9890, NJ 2008/63 dat de aan te leggen maatstaf niet een onderzoek vergt "naar de proportionaliteit tussen de waarde van de inbeslaggenomen voorwerpen en de hoogte van de eventueel op te leggen geldboete of van het te ontnemen bedrag". Toch - zo voegde de Hoge Raad daaraan toe - kunnen de omstandigheden van het geval meebrengen dat de beklagrechter er in de motivering van zijn beslissing blijk van dient te geven een dergelijk onderzoek te hebben verricht. Met het aanleggen van de juiste maatstaf is de beklagrechter dus niet altijd klaar. Soms is een verdergaand onderzoek vereist en is nadere motivering verplicht. Dat kan moeilijk iets anders betekenen dan dat de beklagrechter het beklag kan honoreren op een andere grond dan de gronden die in de aan te leggen maatstaf besloten liggen. De vraag is vervolgens of een dergelijke "andere grond" zich alleen voordoet in het geval van de door de Hoge Raad bedoelde disproportionaliteit. Het gaat bij deze proportionaliteitstoets in wezen om een uitwerking van de vraag of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vergt. Dat belang vergt immers niet dat er meer voorwerpen in beslag worden genomen dan nodig is om de executie van de geldboete of de ontnemingsmaatregel veilig te stellen. De vraag is of ook een andere vorm van disproportionaliteit, namelijk de disproportionaliteit tussen het belang van de strafvordering enerzijds en de belangen van de klager anderzijds, een reden kan opleveren om het beklag gegrond te verklaren. In de richting van een bevestigend antwoord wijst HR 24 mei 2005, LJN AS9296, een beschikking die betrekking had op een beslag dat was gelegd op grond van art. 94 Sv. De Rechtbank had geoordeeld dat het strafvorderlijk belang bij handhaving van het beslag zwaarder diende te wegen dan de belangen van klager bij teruggave van het beslaggoed. De Hoge Raad oordeelde niet dat de aan te leggen maatstaf een dergelijke belangenafweging uitsloot, maar beoordeelde het oordeel van de Rechtbank op begrijpelijkheid. Dat impliceert dat ook deze vorm van disproportionaliteit tot de gegrondbevinding van het beklag kan leiden. Een reden waarom dat bij een beslag ex art. 94a Sv anders zou liggen, heb ik niet kunnen bedenken.(5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79, en de alinea staat in dat document op bytes 15438 tot 17834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79 | shasum -a 256