Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6674.
4.18. Het voorgaande heeft betrekking op toekomstige rechtsbijstand, op rechtsbijstand die nog verleend moet worden in de strafrechtelijke procedures waarin de verdachte is verwikkeld. Toevoeging van een gratis advocaat is dan de remedie die moet voorkomen dat de verdachte van rechtsbijstand verstoken blijft. In de onderhavige zaak gaat het niet, althans niet primair, om rechtsbijstand waarvan een verdachte verstoken dreigt te blijven. De advocatenkosten die de klaagster niet kan betalen, hebben immers betrekking op diensten die al zijn verleend. Het heeft de klaagster dus niet aan rechtsbijstand ontbroken. Niet haar recht op rechtsbijstand is in het geding, maar het recht van haar raadsman om voor die bijstand betaald te worden. Dat die betaling uitblijft, betekent niet dat klaagster als verdachte geen eerlijk proces heeft gehad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79, en de alinea staat in dat document op bytes 31236 tot 32091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79 | shasum -a 256