Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6674.

4.24. Ik denk niet dat het belang van de raadsman kan worden aangemerkt als een belang dat (via de omweg van het algemene belang van een goede rechtsbijstand) kan meewegen bij de vraag of de beslagene disproportioneel in zijn belangen is getroffen. Voor het geval dat daarover anders wordt geoordeeld, merk ik het volgende op. Tot het normale ondernemingsrisico van de advocaat behoort dat zijn cliënten de rekening niet betalen. Het kan daarbij zijn dat de advocaat de betalingsmogelijkheden of de betalingsbereidheid van zijn cliënt vooraf te optimistisch heeft ingeschat. Het kan ook zijn dat een min of meer onvoorziene verandering in de financiële situatie van zijn cliënt er debet aan is dat de rekening niet wordt betaald. Tegen beide risico's kan de advocaat zich indekken door de betaling van een voorschot te verlangen. Daarbij verdient opmerking dat het in strafzaken niet mogelijk is om op basis van een voorwaardelijke toevoeging te procederen (art. 34g lid 2 Wrb). Een toevoeging onder bijvoorbeeld de ontbindende voorwaarde dat de ontnemingsvordering wordt afgewezen (zodat de cliënt weer geld genoeg heeft om de rekening te betalen), behoort dus niet tot de mogelijkheden. Daarbij sluit aan dat het ook niet mogelijk is om, als op basis van een toevoeging is geprocedeerd, de kosten op basis van art. 591a lid 2 Sv vergoed te krijgen (art. 44a Wrb). De achterliggende gedachte is dat de keuze voor de wijze van vergoeding vooraf moet worden gemaakt. Vanaf het begin moet de rechtsbasis voor de dienstverlening duidelijk zijn, aldus de Minister.(15) Een en ander betekent dat het risico voor de gemaakte keuze bij de advocaat wordt gelegd. Erg tegemoetkomend betoont de wetgever zich daarbij niet. Als achteraf blijkt dat de cliënt de rekening niet kan of wil betalen, heeft de advocaat als crediteur geen bevoorrechte positie. Hij kan net als ieder andere crediteur op grond van de artt. 700 e.v. Rv conservatoir beslag leggen, zij het dat daarvoor voorafgaand overleg met de Deken vereist is.(16) Dat beslag wordt, als de advocaat zich een executoriale titel heeft verschaft die voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, na betekening omgezet in een executoriaal beslag (art. 704 lid 1 Rv). Als er ook door andere crediteuren beslag is gelegd, moet de netto-opbrengst van de executie naar evenredigheid van ieders vordering worden verdeeld (art. 3:277 lid 1 BW). Noch in de artt. 3:283 e.v. BW, noch elders in de wetgeving is aan de vordering van een advocaat voorrang verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79, en de alinea staat in dat document op bytes 40034 tot 42550.