Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6674.

10 Vgl. Taru Spronken, Verdediging, Deventer 2001, p. 449 e.v. Spronken beroept zich op een overweging in de zaak Pakelli tegen de Bondsrepubliek Duitsland (EHRM 25 april 1983, Publ. ECHR Series A, Vol. 64, par. 31). Daarin buigt het EHRM zich over een verschil in de Engelse en Franse tekst van art. 6 lid 3 sub c EVRM. Terwijl de drie rechten die in de verdragsbepaling zijn opgesomd in de Engelse tekst telkens verbonden worden door het woordje "or", staat in de Franse tekst de eerste keer "ou" en de tweede keer "et". Volgens het EHRM geeft de Franse tekst de bedoeling beter weer, hetgeen leidt tot de volgende interpretatie. "Accordingly, a "person charged with a criminal offence" who does not wish to defend himself in person must be able to have recourse to legal assistance of his own choosing; if he does not have sufficient means to pay for such assistance, he is entitled under the Convention to be given it free when the interests of justice so require." Volgens Spronken slaan de woorden "such assistance" en "to be given it free" terug op "legal assistance of his own choosing", zodat de verdachte in beginsel recht heeft op toevoeging van de advocaat van zijn eigen keuze". Ik betwijfel of dit taalkundige argument erg sterk is. Het EHRM had bij zijn overweging helemaal niet het oog op de vraag of de onvermogende verdachte bij de toevoeging van een gratis advocaat veel te wensen heeft. De interpretatievraag rees naar aanleiding van het door de Duitse regering wat halfslachtig voorgedragen verweer dat Pakelli geen recht op gratis rechtsbijstand had omdat hij de mogelijkheid had om zich in persoon te verdedigen. Door het tweede woordje "of" te lezen als "en" bereikte het EHRM dat twee mogelijkheden tegenover elkaar kwamen te staan: verdediging in persoon en verdediging met behulp van een advocaat. Dat maakte de weg vrij voor de conclusie dat ook voor de onvermogende verdachte geldt dat hij de keuze heeft tussen beide mogelijkheden. Als hij zich niet in persoon wenst te verdedigen, heeft ook hij recht op rechtsbijstand (mits de belangen van een behoorlijke rechtspleging dat eisen). De - door Spronken niet geciteerde - slotsom luidde dan ook als volgt. "Thus Mr. Pakelli, although authorised by German law to appear in person before the Federal Court, could claim such assistance to the extent that the conditions laid down by Article 6 para. 3 (c) (art. 6-3-c) were satisfied." Het taalkundige argument is daarmee niet van tafel, maar gezien de strekking van de overweging is het toch de vraag of hetgeen daarin kan worden gelezen, ook zo door het EHRM is bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32c805bddcd9df9d1bebccbea058f340bfdad6ab2fe66dfce1631c63648f5b79, en de alinea staat in dat document op bytes 49649 tot 52259.