Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6728.
2.2 De spil in dit onderdeel vormt artikel 7:967 lid 2 BW, dat men aantreft in de aan de sommenverzekering gewijde afdeling 3 van titel 17 van boek 7 BW. De eerste volzin van lid 2 luidt: "Is de begunstigde in hoedanigheid aangeduid, dan wordt de aanwijzing vermoed te zijn gedaan ten behoeve van hem die deze hoedanigheid bezit ten tijde dat de aanwijzing volgens artikel 968, onder b tot en met d, onherroepelijk wordt." Een voorbeeld van de aanduiding van de begunstigde met slechts een hoedanigheid is de aanwijzing als begunstigde met de term 'kinderen'; zie in dit verband ook lid 6 van artikel 7:967 BW. Onder b van artikel 7:968 BW wordt als reden voor het niet meer kunnen herroepen van een aanwijzing als begunstigde genoemd dat het (verzekerde) risico door het overlijden van de verzekerde is geëindigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28, en de alinea staat in dat document op bytes 13828 tot 14656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28 | shasum -a 256