Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6728.

De geciteerde volzin komt inhoudelijk overeen met de eerste volzin van artikel 7.17.3.4a uit het Regeringsontwerp (TK 1985-1986, 19 529, nrs. 1-2). In de MvT wordt over die volzin het volgende opgemerkt: "Voor aanwijzing van een persoon in zijn hoedanigheid, die in de praktijk tot problemen kan leiden, geeft lid 2 een enkele regel. Indien de nemer als begunstigde heeft aangewezen: mijn echtgenote, doch hij is nadien van eerste vrouw gescheiden en hertrouwd, dan zal hij in de regel niet zijn eerste maar tweede vrouw willen bevoordelen. De woorden 'volgens artikel 5 lid 1, onder b tot en met e onherroepelijk wordt' brengen uiteraard mee dat beslissend is het moment waarop de aanwijzing onherroepelijk wordt. Bevat de aanwijzing zowel de naam als de hoedanigheid, dan prevaleert de naam. De vermoedens welke in dit lid worden uitgesproken, wijken voor een andere bedoeling."((7))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28, en de alinea staat in dat document op bytes 14664 tot 15563.