Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6728.

2.4 Er zijn, zo volgt uit het voorgaande, bij de beoordeling of iemand als een begunstigde kan worden beschouwd in verband met de eerste volzin van lid 2 van artikel 7:967 BW twee stappen te zetten: in de eerste plaats dient te worden bepaald of betrokkene, ten tijde dat de aanwijzing als begunstiging op de voet van artikel 7:968, onder b t/m d, BW onherroepelijk is geworden, de hoedanigheid had zoals omschreven in de in de polis opgenomen begunstigingsregeling en in de tweede plaats dient te worden nagegaan of bij de verzekeringnemer toch niet een bedoeling heeft voorgezeten die afwijkt van het bij de eerste stap bereikte resultaat. Deze opzet impliceert dat, hoezeer bij de eerste stap ook een uitleg van de in de begunstigingsregeling omschreven hoedanigheid speelt, deze uitleg niet dezelfde activiteit is als het nagaan van de bedoeling die bij de verzekeringnemer heeft voorgezeten. Anders kan het niet komen tot een weerleggen van een vermoeden op grond van een andere bedoeling bij de verzekeringnemer. De vraag is waarin het verschil is gelegen tussen het uitleggen van de in de begunstigingregeling omschreven hoedanigheid bij de eerste stap en het bepalen van de eventueel andere bedoeling van de verzekeringnemer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28, en de alinea staat in dat document op bytes 17664 tot 18911.