Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6728.

2.6 In onderdeel 1 wordt op feiten en omstandigheden gewezen die van belang kunnen zijn voor de bepaling van wat [betrokkene 4] op het oog had met 'kinderen van verzekeringnemer' als aanduiding van wie onder de met Reaal Levensverzekeringen NV afgesloten kapitaalverzekering. Zo wordt gewezen op de door [betrokkene 4] niet lang vóór zijn overlijden doorgevoerde aanpassingen van het testament en andere levensverzekeringen waaronder de RVS-levensverzekering, maar ook op overleg met een medewerker van een notariskantoor en een assurantietussenpersoon. Het hof gaat in rov. 7.7 op een en ander niet in. Want in aanmerking is slechts te nemen dat wat [betrokkene 4] tegenover de verzekeraar heeft geuit. Bij de uitleg van de begunstigingsbepaling gaat het immers, zo merkt het hof aan het begin van rov. 7.7 op, om de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars gedragingen en verklaringen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten. Hiermee geeft het hof, gelet op wat hierboven omtrent artikel 7:967 lid 2, eerste volzin, BW is opgemerkt, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Daarover wordt in onderdeel 1 derhalve terecht geklaagd, alsmede over het passeren in rov. 7.9 van het bewijsaanbod van [eiseres].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 513455eaf23cfc4a1c655d751fa8b99b7655869e6483534b190c2a5e6477ef28, en de alinea staat in dat document op bytes 20983 tot 22258.