Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6744.

Vooropgesteld moet worden dat er op grond van fundamentele beginselen van procesrecht - mede ontleend aan art. 6 EVRM - vanuit moet worden gegaan, dat een procespartij recht heeft op pleidooi. Een verzoek om pleidooi kan slechts worden afgewezen indien door de wederpartij klemmende redenen tegen toewijzing worden aangevoerd of toewijzing in strijd is met de eisen van een goede procesorde (HR 3 oktober 2003, NJ 2004, 3 en HR 11 juli 2003, NJ 2003, 567). De rolraadsheer heeft aldus (in zekere mate) het recht het verzoek te toetsen. Daarnaast zij opgemerkt dat een pleidooi in het algemeen dient om - nadat partijen hun standpunten schriftelijk hebben uiteen gezet - die standpunten nog eens mondeling toe te lichten, voorzover dit, met name tegen de achtergrond van nadien nog verkregen inzichten en informatie, redelijkerwijs vereist mocht zijn om tot een juiste beslissing te komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 13173 tot 14075.