Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6744.
2.8 Het hof heeft volgens het middel voorts ten onrechte, althans onbegrijpelijk geoordeeld dat het verzoek om pleidooi afstuit nu niet is verklaard waarom de bescheiden, die [eiser] c.s. bij pleidooi wilden bespreken, niet eerder - bij memorie na enquête - in het geding hadden kunnen worden gebracht (onderdeel 48). In onderdeel 53 is te dienaangaande opgemerkt dat het hof van oordeel lijkt te zijn dat [eiser] c.s. moeten aangeven waarom zij de nadere stukken niet eerder in het geding hebben gebracht. Dit gaat te ver als grond voor afwijzing van een verzoek om pleidooi. Voorts hebben [eiser] c.s. aangegeven dat zij die stukken pas recent hadden verworven. Bovendien heeft het hof miskend dat een pleidooi een mondelinge toelichting is, terwijl een memorie na enquête maar schriftelijk is, zodat deze opties niet vergelijkbaar zijn, aldus nog steeds het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 19311 tot 20198.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2 | shasum -a 256