Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6744.

De overweging van het hof dat één gelegenheid voor een mondelinge toelichting in beginsel voldoende moet zijn in het licht van de eisen die art. 6 EVRM stelt aan een civiele procedure lijkt, prima facie, in haar algemeenheid niet juist(11), maar mijns inziens heeft het hof daarmee tot uitdrukking willen brengen dat onderzocht dient te worden of met de eerdere mondelinge behandeling [eiser] c.s. hun standpunten in voldoende mate mondeling hebben kunnen uiteenzetten en of mede in het licht daarvan het verzoek voor een tweede pleidooi in strijd was met de eisen van een goede procesorde of dat [verweerder] c.s. tegen het verzoek klemmende redenen hebben aangevoerd. Daartoe heeft het hof eerst de door [eiser] c.s. aangevoerde redenen voor het tweede pleidooi beoordeeld en deze te licht bevonden.(12) Nu andere redenen voor het toestaan van een tweede pleidooi niet waren gebleken, heeft het hof geoordeeld dat toewijzing van het verzoek in strijd zou zijn met de eisen van een goede procesorde. Aldus geeft het oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 26779 tot 27864.