Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6744.
2.19 De klachten in de onderdelen 54 en 55 - die erop neer komen dat [eiser] c.s. bij memorie na enquête hebben aangegeven dat de nadere getuigen die zij wensten te horen niet eerder in staat of bereid waren te getuigen en dat het hof dit niet in zijn oordeel heeft betrokken - falen eveneens. De artikelen 171 en 172 Rv voorzien in een procedure voor niet-verschenen getuigen. Daaruit volgt dat indien de betreffende (niet verschenen) getuige was opgeroepen bij aangetekende brief, de rechter ingevolge art. 171 Rv een nieuwe dag voor het verhoor van die getuige bepaalt, waartegen die getuige bij exploot kan worden opgeroepen. Indien de niet-verschenen getuige echter niet op de in art. 170 Rv wijze was opgeroepen, is beantwoording van de vraag of die getuige alsnog kan worden gehoord, afhankelijk van hetgeen de eisen van een behoorlijke rechtspleging meebrengen.(15) In de onderdelen 54 en 55 wordt deze procedure kennelijk niet onder ogen gezien. De onderdelen stranden daarop.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 31164 tot 32164.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2 | shasum -a 256