Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6744.

2.21 Het hof heeft ter zake overwogen dat enige verklaring ontbreekt dat en waarom de bescheiden niet bij memorie na enquête in het geding hadden kunnen worden gebracht. Het hof heeft hiermee kennelijk aansluiting gezocht bij de uit art. 20 Rv voortvloeiende plicht van de rechter om te waken tegen onredelijke vertraging van de procedure en de mogelijkheid dientengevolge stukken buiten beschouwing te laten in geval van strijd met de goede procesorde.(16) Naar 's hofs oordeel zou het in casu in strijd zijn met een goede procesorde wanneer in een dergelijk laat stadium - namelijk na de memorie na enquête in hoger beroep - nog aanvullende bescheiden in het geding zouden worden gebracht, nu niet was gebleken dat deze niet eerder (met de memorie na enquête) hadden kunnen worden overgelegd. Indien de betreffende bescheiden wegens strijd met de goede procesorde niet konden worden overgelegd, kon het verzoek deze bescheiden toe te lichten bij pleidooi naar 's hofs kennelijke oordeel worden gepasseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 32482 tot 33506.