Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6744.
2.22 De klachten in onderdeel 48 en 53 treffen in het licht hiervan geen doel. Het hof kon in zijn beoordeling wel degelijk betrekken dat [eiser] c.s. niet hadden aangegeven waarom zij de stukken niet eerder, bij de memorie na enquête, in het geding hadden gebracht. De klacht dat [eiser] c.s. hadden aangegeven dat zij de stukken pas recent hadden verworven, faalt, nu niet is gesteld waar [eiser] c.s. deze stelling hebben betrokken.(17) Overigens volgt uit die stelling niet (zonder meer) dat zij de stukken niet bij de memorie na enquête hadden kunnen overleggen, nu niet is gesteld dat zij de stukken pas nadien hadden verkregen. De stelling dat het hof heeft miskend dat een mondelinge toelichting verschilt van een schriftelijke memorie na enquête, betreft niet een klacht die voldoet aan de vereisten van art. 407 Rv en leidt niet tot cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 33526 tot 34395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2 | shasum -a 256