Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6744.
2.36 Ik merk nog op dat het eventuele bezit van de rechtsvoorgangers van [eiser] c.s. gedurende de periode 1953-1982 [eiser] c.s. evenmin kan baten. Indien zij hebben willen betogen dat een van die rechtsvoorgangers uit hoofde van art. 3:105 jo 3:306 BW reeds voor 1982 de eigendom van de strook heeft verkregen, in welke eigendom [eiser] c.s. in 1982 door overdracht zijn opgevolgd, faalt dat betoog. Op grond van art. 93 Overgangswet NBW wordt art. 3:105 BW één jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet van toepassing met betrekking tot degene die alsdan het goed bezit, indien de verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit is voltooid; hij wordt geacht dat goed niet voordien te hebben verkregen. Onafgebroken bezit door de rechtsvoorgangers van [eiser] c.s. gedurende een periode van twintig jaar voor 1982 zou slechts tot verkrijging door [eiser] c.s. hebben kunnen leiden indien dezen op 1 januari 1993 het bezit zouden hebben uitgeoefend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2, en de alinea staat in dat document op bytes 43992 tot 44991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/264f81beaee446ad7e683e10279c20a2c8d9839414f0904e34b1faafb1358cf2 | shasum -a 256