Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6798.

33. Er is mij (ook overigens) niet gebleken van het bestaan van gronden die in de weg zouden staan aan de toelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering. Zo blijkt uit de inhoud van het uitleveringsverzoek en de daarbij overgelegde stukken niet dat in casu sprake is van een of meer politieke, militaire dan wel fiscale delicten. De verjaring als weigeringsgrond in de zin van art. 9 UW, verdient hier wel enige aandacht. Met betrekking tot art. 6 WIM is geen sprake van verjaring van het recht tot strafvordering (art. 70 Sr), noch van het recht tot uitvoering van de straf (art. 76 Sr). Dat ligt, als ik het goed heb, wat het recht tot strafvordering betreft anders bij de eerder door mij genoemde commune strafbepalingen, te weten art. 282, 310-312, 285 en 138, derde lid, Sr. Los van deze kanttekening (zie ook onder 28), kan lijkt mij ingevolge de toepasselijke Verdrags- en wetsbepalingen de verzochte uitlevering derhalve toelaatbaar worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8, en de alinea staat in dat document op bytes 53793 tot 54768.