Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6798.
12. Het door een Verdrag omgeven uitleveringsrecht impliceert dat de staten over en weer vertrouwen hebben in de deugdelijkheid van elkaars strafrechtssysteem. Dit wederzijdse vertrouwen is als beginsel verankerd in de internationale rechtshulp in strafzaken, waartoe de uitlevering gerekend wordt, en vormt tegelijkertijd de ruggengraat van het internationale rechtshulpverkeer. Zonder dat wederzijdse vertrouwen zal onderlinge rechtshulp niet mogelijk zijn. De betekenis en strekking van dit vertrouwensbeginsel reikt binnen de dimensies van het internationale rechtshulpverkeer ver. Zo zal in het licht daarvan de aangezochte staat behoren aan te nemen dat de inhoud van de door de verzoekende staat overgelegde stukken - inclusief het feitenexposé of de uiteenzetting van de feiten - juist is en op waarheid berust. Daaruit vloeit voort dat de procesvoering en de bewijsbeslissingen van de rechter van de verzoekende staat aan de daarvoor geldende rechtsnormen voldoen en voor deugdelijk worden gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8, en de alinea staat in dat document op bytes 14339 tot 15362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8 | shasum -a 256