Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6798.
16. Als ik het goed zie wordt in de vakliteratuur algemeen aangenomen, en is onbestreden, dat onder de werking van het vertrouwensbeginsel er geen redenen zijn om het vereiste van de dubbele strafbaarheid al te rigide op te vatten en toe te passen. Zolang er maar geen evidente, tot tegenovergestelde inzichten van de Verdragspartijen te herleiden opvattingen zijn met betrekking tot het te beschermen rechtsgoed en de strafwaardigheid van de feiten waarop het uitleveringsverzoek berust.(3) Hierboven onder 12 en 13 heb ik er al op gewezen dat het vertrouwensbeginsel als principieel uitgangspunt in zich sluit dat de aangezochte staat, ook in de procedure voor de uitleveringsrechter, uitgaat van de deugdelijkheid van de procesvoering en de bewijsbeslissingen van de rechter van de verzoekende staat. Verder vloeit uit het vertrouwensbeginsel voort dat equivalentie of congruentie niet nodig is: het materiële feitencomplex hoeft niet over en weer op dezelfde wijze te zijn gekwalificeerd in de eigen nationale wetgeving. Voldoende is dat dit feitencomplex hetzelfde te beschermen rechtsgoed betreft en onder de reikwijdte van een strafbepaling van beide staten kan worden begrepen. Ik verwijs naar onder meer HR 30 oktober 1979, NJ 1980, 76 en HR 25 mei 1999, NJ 1999, 587. Daaraan voeg ik toe dat de uitleveringsrechter - in de woorden van naar ik mij meen te herinneren Remmelink - geen Überprüfungsrichter is en zich met betrekking tot de vaststelling van de dubbele strafbaarheid van een toetsing in concreto onthoudt. Volstaan wordt met een toetsing in abstracto. Dat betekent onder meer dat, als gezegd, onze uitleveringsrechter niet de uitspraak van de buitenlandse rechter ten gronde doorlicht (op de bewijsvoering, het al dan niet bestaan van strafuitsluitingsgronden of strafverhogende omstandigheden, etc.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8, en de alinea staat in dat document op bytes 18974 tot 20812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21fbb3e4a7e01c5e823aa4457bfaa6884cde06d881c205bcf868e1cb289325e8 | shasum -a 256