Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7010.

2.9. Bij de beoordeling van deze klachten moet worden vooropgesteld dat in dit geding geen beroep is gedaan op een in art. 8 lid 1 EVRM beschermd recht op privéleven. Het standpunt van verzoeker in hoger beroep en in cassatie steunt op de stelling dat zijn recht op family life met zijn dochter meebrengt dat hij recht heeft op omgang, informatie en consultatie en dat de opstelling van de wettige ouders daaraan in de weg staat. In hun verweerschrift in cassatie (onder 7.1) hebben de wettige ouders naar voren gebracht dat verzoeker tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft toegegeven dat er geen sprake is geweest van een family life tussen hem en de dochter(11). De stellingen in cassatie, die erop neerkomen dat verzoeker voldoende feiten had aangevoerd om een recht op family life tussen verzoeker en de dochter aan te nemen, missen in zoverre doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/802f1e7b98d191d7fdcfe334c5beddd94502bc27690f903d31a01087ed2f492e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 802f1e7b98d191d7fdcfe334c5beddd94502bc27690f903d31a01087ed2f492e, en de alinea staat in dat document op bytes 23815 tot 24699.