Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7156.

3.2.2. (...) Het bepaalde in artikel 8a, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 [a-g: thans art. 3.14, lid 4, Wet IB 2001] houdt in dat - voor zover hier van belang - de niet-aftrekbaarheid van kosten en lasten ingevolge het bepaalde in het eerste lid, letters d en e, van dat artikel wordt teruggenomen indien het gaat om de voldoening van een geldbedrag ter gehele of gedeeltelijke ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen, waarmee - mede gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling - tot uitdrukking is gebracht dat een dergelijk bedrag niet eerder ten laste van de winst kan worden gebracht dan op het tijdstip waarop dit het vermogen van de belastingplichtige heeft verlaten. Het in een eerder jaar dan het jaar waarin het bedrag wordt voldaan vormen van een voorziening ter zake van die voldoening is hiermee niet verenigbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a2d6bceb9bf179f2712406defc76e6d1bd96371fca5124fb6d84109bb079bb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a2d6bceb9bf179f2712406defc76e6d1bd96371fca5124fb6d84109bb079bb6, en de alinea staat in dat document op bytes 53543 tot 54420.