Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 1024 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190.

"In de nacht van zaterdag 3 juli op 4 juli 1993 bevond ik mij samen met een vriend van mij genaamd (...) [betrokkene 38] op het adres van mijn vader aan de [f-straat] (...) te Breda. (...). Omstreeks 2.30 uur zijn we naar buiten gegaan met medenemen van onze hond om een luchtje te scheppen. We namen plaats in het bushokje gelegen aan de [f-straat] welk ligt ter hoogte van de [b-straat]. We hadden ter plaatse zicht op de kruising van de [f-straat] met de [b-straat]. We hebben daar gezeten tot ongeveer 4.30 uur. We zijn in die tijd niet uit het hokje geweest. Tijdens ons verblijf aldaar is er slechts een enkele maal een auto door de [f-straat] gekomen, waarvan ik me geen merk of kleur kan herinneren. Ik heb geen fietsers of wandelaars gezien. Er is me niets bijzonders opgevallen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b, en de alinea staat in dat document op bytes 349257 tot 350059.