Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190.
5. [Jane H.] heb ik 4 juni jl. (telefonisch) tweemaal uitvoerig gesproken, mede vanwege de emotionele toestand waarin zij tijdens die gesprekken verkeerde. Zij stond weliswaar positief tegenover de strekking van de vordering, maar had haar aarzelingen over de vraag of zij sterk genoeg was om bestand te zijn tegen de verwikkelingen die met een herzieningsprocedure gepaard gaan. Bovendien vreesde zij de juridische consequenties van het door haar afleggen van valse - namelijk: bekennende - verklaringen. Nadat zij zich tussen de twee gesprekken door had verzekerd van de steun van haar naasten, en nadat ik haar zei dat een vervolging voor meineed vanwege haar destijds ter zitting gedane bekentenis mij uiterst onwaarschijnlijk voor kwam, deelde zij mij ondubbelzinnig mede: "dan ga ik ervoor."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b, en de alinea staat in dat document op bytes 10231 tot 11042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b | shasum -a 256