Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190.
6.2. Terzijde merk ik nog het volgende op. Ofschoon mijn gesprek met [Carien N.] niet strekte tot het vergaren van informatie, deelde zij mij mede wat (naar haar zeggen) de gang van zaken was in de nacht van 3 op 4 juli 1993. Zij bevestigde dat zij in de vroege ochtend van 4 juli samen met [Jane H.] was gearriveerd op de [b-straat], "waar die jongens schijnbaar stonden", en dit om het restant van de nacht door te brengen in een flatwoning aldaar. Op mijn vraag wat zij met "schijnbaar" bedoelde, antwoordde ze: "volgens de politie." In werkelijkheid had zij niemand gezien. Zij voelde zich ziek en ze kan zich nog herinneren dat zij de trap op is geholpen door [Jane H.]. Pas de volgende ochtend vernam zij van het overlijden van [mw. M.], aldus [Carien N.].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b, en de alinea staat in dat document op bytes 12050 tot 12825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b | shasum -a 256