Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 296 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190.

In de veroordelende vonnissen en arresten zijn die tegenstrijdigheden en ongerijmdheden niet specifiek aangewezen. Bij de bespreking (in de hoofdstukken 5 en 6) van het tactische bewijsmateriaal waarover het openbaar ministerie, de rechtbank en het gerechtshof in 1994 en 1995 hebben beschikt, zal ik om de redenen hiervoor genoemd in 2.1 een beschrijving geven van een groot aantal tegenstrijdigheden en ongerijmdheden die aan de (bekennende) verklaringen van [Jane H.], [Karin N.] en [Jenny L.] kleven. Dit houdt uitsluitend verband met een juiste weging van de nova die ik in de voorliggende strafzaken zal presenteren (in de hoofdstukken 7, 8 en 9). Door de inventarisatie van twijfelpunten kan echter gemakkelijk de gedachte postvatten dat ook ten tijde van de veroordelingen reeds twijfel had moeten rijzen aan de juistheid van de verklaringen van [Jane H.], [Karin N.] en [Jenny L.] en dat ik een kritisch oordeel vel over de in deze strafzaken uitgesproken vonnissen en arresten. Een dergelijk oordeel is bij een vordering tot herziening niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b, en de alinea staat in dat document op bytes 64735 tot 65812.