Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012
Alinea 520 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190.
Bovendien is van belang om te weten welke informatie over het delict voorafgaande aan de verhoren gewild of ongewild reeds naar buiten is gekomen. Voor een dergelijke vorm van informatieoverdracht was in deze zaak alle tijd en gelegenheid. De veroordeelden zijn niet eerder dan ongeveer negen maanden na het delict aangehouden. [Karin N.] en [Jane H.] werkten in de snackbar naast de PD en (dus) ook in de directe omgeving van de woningen van de familie [M.]. Hun werkgever had het stoffelijk overschot zien liggen. De moord was in kranten besproken en was binnen een maand onderwerp van het televisieprogramma "Opsporing verzocht". Het ligt in de lijn der verwachting dat een geruchtenstroom op gang is gekomen. Van veel informatie over het delict is niet duidelijk of die wel als daderwetenschap mag worden aangemerkt. Daarover kom ik nog (onder 8.5) te spreken, want het evaluatieteam heeft hiernaar onderzoek gedaan. Het strafdossier uit 1995 geeft geen blijk van dergelijk onderzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b, en de alinea staat in dat document op bytes 147707 tot 148709.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b | shasum -a 256