Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 758 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190.

Daar komt nog eens bij dat [betrokkene 29] zich op 1 juni 1994 (ten overstaan van de rechter-commissaris) nog wel kon herinneren dat hij en zijn collega aan [Jenny L.] de CID-informatie en de verklaring van [Jane H.] hadden voorgehouden, ofschoon niet duidelijk is in welk stadium van de verhoren dat is gebeurd. In het CID-verbaal worden haar naam en die van [Achmed L.] en [Appie T.] expliciet genoemd als deelnemers aan het delict waarvan [mw. M.] het slachtoffer is geworden. Ter terechtzitting van 25 april 1995 bleek deze herinnering van [betrokkene 29] echter vervaagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b, en de alinea staat in dat document op bytes 251445 tot 252034.